19 april 2014, Paaswake

 

uitleg Paaswake

Eerste lezing uit het boek Exodus (14, 15ó15, 1)

In die dagen sprak de Heer tot Mozes: Wat roept gij Mij toch. Beveel de IsraŽlieten verder te trekken. Gij zelf moet uw handen opheffen, uw staf uitstrekken over de zee en ze in tweeŽn splijten. Dan kunnen de IsraŽlieten over de droge bodem door de zee trekken. Ik ga de Egyptenaren halsstarrig maken, zodat zij hen achterna gaan. En dan zal Ik Mij verheerlijken ten koste van Farao en heel zijn legermacht, zijn wagens en zijn wagenmenners. De Egyptenaren zullen weten dat Ik de Heer ben, als Ik Mij verheerlijk ten koste van Farao, zijn wagens en zijn wagenmenners. De engel van God die aan de spits van het leger der IsraŽlieten ging, veranderde van plaats en stelde zich achter hen op, tussen het leger van de Egyptenaren en het leger van de IsraŽlieten. De wolk bleef die nacht oostenwind de zee terugwijken. Hij maakte van de zee droog land en de wateren spleten vaneen. Zo trokken de IsraŽlieten over de droge bodem de zee door, terwijl de wateren links en rechts een wand vormden. De Egyptenaren zetten de achtervolging in; alle paarden van Farao, zijn wagens en zijn wagenmenners gingen achter de IsraŽlieten aan de zee in. Tegen de morgenwake richtte de Heer vanuit de wolkkolom en de vuurzuil zijn blikken op de legermacht van de Egyptenaren en bracht ze in verwarring. Hij liet de wielen van de wagens scheeflopen zodat ze slechts met moeite vooruit kwamen. De Egyptenaren riepen uit: Laten we vluchten voor de IsraŽlieten, want de Heer strijdt voor hen tegen ons. Toen sprak de Heer tot Mozes: Strek uw hand uit over de zee, dan zal het water terugstromen over de Egyptenaren, hun wagens en hun wagenmenners. Mozes strekte zijn hand uit over de zee, en toen het licht begon te worden vloeide de zee naar haar gewone plaats terug. Daar de Egyptenaren er tegen in vluchtten, dreef de Heer hen midden in de zee. Het water vloeide terug en overspoelde wagens en wagenmenners, heel de strijdmacht van Farao die de.IsraŽlieten op de bodem van de zee achterna was gegaan. Niet ťťn bleef gespaard. De IsraŽlieten daarentegen waren over de droge bodem door de zee heengetrokken, terwijl de wateren links en rechts van hen een wand vormden. Zo redde de Heer op deze dag IsraŽl uit de greep van Egypte; IsraŽl zag de Egyptenaren dood op de kust liggen. Toen IsraŽl het machtige optreden van de Heer tegen Egypte gezien had, kreeg het volk ontzag voor de Heer; zij stelde vertrouwen in de Heer en in Mozes zijn dienaar. Toen hieven Mozes en de IsraŽlieten ter ere van de heer dit lied aan. 

 

Tweede lezing uit de brief aan de Romeinen (6, 3-11)

Broeders en zusters, gij weet toch, dat de doop, waardoor wij ťťn zijn geworden met Christus Jezus, ons heeft doen delen in zijn důůd? Door de doop in zijn dood zijn wij met Hem begraven, opdat ook wij een nieuw leven zouden leiden, zoals Christus door de macht van zijn Vader uit de doden is opgewekt. Zijn wij ťťn met Hem geworden door het beeld van zijn dood, dan moeten wij Hem ook volgen in zijn opstanding, in de overtuiging dat onze oude mens met Hem gekruisigd is; daardoor is aan het bestaan in de zonde een einde gekomen, zodat wij niet langer aan de zonde dienstbaar zijn. Want wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde. Indien wij dan met Christus gestorven zijn, geloven wij dat wij ook met Hem zullen leven; want wij weten, dat Christus, eenmaal van de doden verrezen, niet meer sterft: de dood heeft geen macht meer over Hem. Door de dood die Hij gestorven is, heeft Hij eens voor al afgerekend met de zonde; het leven dat Hij leeft, heeft alleen met God van doen. Zo moet ook gij uzelf beschouwen: als dood voor de zonde en levend voor God in Christus Jezus.

 

Uit het Heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens  MatteŁs  (28, 1-10)

Na de sabbat, bij het aanbreken van de eerste dag der week, kwamen Maria Magdalena en de andere Maria naar het graf kijken. Plotseling ontstond er een hevige aardbeving en een engel van de Heer daalde uit de hemel, kwam naderbij, rolde de steen weg en zette zich daarop neer. Hij straalde als een bliksemschicht en zijn kleed was wit als sneeuw. De bewakers begonnen van schrik voor hem te beven en het leven scheen uit hen geweken. De engel sprak de vrouwen aan en zei: "Gij behoeft niet bevreesd te zijn; ik weet dat gij Jezus zoekt, de gekruisigde. Hij is niet hier. Hij is verrezen zoals Hij gezegd heeft; komt zien naar de plaats waar Hij gelegen heeft. Gaat nu terstond aan zijn leerlingen zeggen: Hij is verrezen van de doden, en nu gaat Hij u voor naar Galilea; daar zult gij Hem zien. Dat had ik u te zeggen." Terstond gingen zij weg van het graf, met vrees en grote vreugde, en haastten zich het nieuws aan zijn leerlingen over te brengen. En zie, Jezus kwam hen tegemoet en zeide: "Weest gegroet." Zij traden op Hem toe, omklemde zijn voeten en aanbaden Hem. Toen sprak Jezus tot hen: "Weest niet bevreesd. Gaat aan mijn broeders de boodschap brengen dat zij naar Galilea moeten gaan, en daar zullen zij Mij zien."

 

Overweging

Indien wij met Christus gestorven zijn, geloven wij dat wij ook met Hem zullen leven. (Romeinen 6,8)

De Paaswake gaat terug op het allereerste begin van de Kerk en is de voornaamste en sterkste viering van Jezusí verrijzenis. De wake begint buiten de kerk, in het donker van de nacht, met het aansteken van de Paaskaars. Een nieuw licht is opgegaan! Jezus heeft het donker van de zonde overwonnen!

Geleid door het licht van deze kaars gaan we in processie de kerk binnen, klaar om onze verlossing te vieren. Als een hoogtepunt van onze veertigdaagse reis herinnert deze processie ons aan de reis van de IsraŽlieten door de woestijn naar het Beloofde Land. Ze roept ook onze eigen reis van de aarde naar de hemel in gedachten. Dit is onze manier om tegen Jezus te zeggen dat we onze ogen willen vestigen op zijn licht zodat onze eigen duisternis wegvalt en we meer op Hem gaan lijken.

De wake van vannacht is zoveel meer dan de viering van een gebeurtenis uit het verleden. Het is een viering van Jezusí overwinning op de dood Ė en van onze eigen overwinning op de eeuwige dood. Het is een viering van Jezusí belofte dat ieder die zijn woord hoort en gelooft, eeuwig leven heeft (Johannes 5,24). Het is een viering van de verbazingwekkende belofte dat we met Christus zijn gestorven en nu met Hem zijn opgewekt tot een heel nieuw leven (Romeinen 6,4)

Vannacht worden bekeerlingen door het doopsel in de kerk opgenomen. Zij zullen samen met ons oversteken van de dood naar het leven. Dat is heerlijk om te zien. De meesten van ons zijn als kind gedoopt, maar dat neemt niet weg dat wij dezelfde roeping hebben als deze nieuwe bekeerlingen om namelijk deze kostbare gave van Gods leven zo te koesteren dat ze volledig in ons tot ontwikkeling komt. We zijn allemaal overgegaan van de dood naar het leven. We zijn allemaal burgers geworden van het koninkrijk van God. En we zijn allemaal geroepen om in het licht te leven.

Wanneer u dan ook vannacht uw doopbelofte vernieuwt, probeer dan uw hart op een nieuwe manier aan Jezus te geven. Dank Hem dat Hij u van de dood naar het leven heeft gebracht. Loof Hem dat Hij u heeft opgewekt om met Hem in de hemel te zijn. En zeg Hem dat u als zijn licht en zijn getuige in deze wereld wilt staan.

Gebed

Alle eer komt U toe, Jezus!
U hebt ons gered van de zonde en ons naar het eeuwige leven gebracht. 
Heer, ik geef U mijn hart! Amen.

 

 

Bron: het Woord onder ons,
uitgegeven door Stichting KCV, Helmond